U bent hier

Home

Start fokkerij

19 November 2000 was een gedenkwaardige datum, toen is de Figurita Club Nederland opgericht door Ad van Benten, Roy Arbeider en Ronald van Dijk & andere liefhebbers. Met de hulp van deze enthousiaste fokkers is de basis gelegd voor de verdere fokkerij in Nederland van deze kleine Spaanse duif en het ras tot het huidige niveau gebracht.

 
Onderstaand een artikel geschreven door de allereerste fokker van de Figurita Valenciana in Nederland:

Ad van Benten
(erelid van de Figurita Club Nederland)

 

Hier volgen een aantal citaten die in verschillende talen en boeken door de tijd heen over de Figurita zijn verschenen.

Ein echtes Mövchen ist dat Valencia-Figurita-Mövchen
Kleiner als unsere Mövchen, ist es wahrscheinlich eine der kleinsten Haustauben-rassen überhaupt, wobei es nur 150 bis 160 g weigt. Die Rasse ist nahe verwandt met den Tunesischen und Ägyptischen Mövchen. Der Kopf ist abgeflacht, etwas winklig, nicht rund, dabei glatt. Bei knapp mittellangen Beinen sind Läufe und Zehen unbefiedert oder behost. Auf der Brust sitzt die typische Mövchenkrause. Nach Brage wurde die Rasse schon 1799 von Cavanilles beschrieben. Farbe und Zeichnung sind bei der Bewertung kaum maßgebend. Am beliebtesten sind Reinweiße, während es auch Einfarbige in Rot, Gelb, Schwarz und Bronzefarbig sowie Weißschwingige, Weißschwänze, Schwingigschwänze und Weißköpfe gibt.

Sevilla-Figurita-Mövchen sind nur eine lokale Abart der Valencia-Figurita-Mövchen. Es handelt sich wierderum um sehr kleine Tauben, mittelschnäblig und mit einem nur schwach ausgeprägten Mövchenjabot.

Die Tunesischen Movchen
Handbuch der taubenrassen (Schütte,Stach,Wolters) isbn:3-9801504-4-5

(Artikel verschenen in het EZHSV nieuws in 2000)

De Figurita Valenciana, de kleinste der meeuwen

 

De start

Drie jaar geleden ben ik door m'n vader overgehaald om ook eens een tentoonstelling in Spanje mee te maken. Tot die tijd vooral druk bezig geweest met de Duitse Modena, dus dit was een zeer verrassende afwisseling. Willem van Zijl keurde op die bewuste show en ik scheef bij hem, Willem was trouwens tijdens die bewuste keuring zeer positief, alles wat in de kooien zat wist hij wel wat moois aan te ontdekken, niet dat dit voor Willem ongebruikelijk is maar toch de moeite van het melden waard. Op die show zat een fraaie collectie Figurita's en ze vielen op door hun fiere en trotse opgerichte houding en de fraaie verschijning in meerdere kleurslagen. Ik was eigenlijk gelijk verkocht en heb via de kredieten die mijn vader had opgebouwd bij de Spanjaarden twee koppels losgeweekt. Ze kwamen van Ramon Amenos. Ik had toen nog geen flauw benul wie die man was, ondertussen weet ik wel beter. Het bleek DE topfokker van Figurita's in Spanje met als specialiteit de kleinste Figurita.

We zijn een paar jaar verder en ik heb ondertussen veel meer Figurita's van Ramon naar ons land gehaald in verschillende kleurslagen.

De geschiedenis
Uit een aantal oude boeken heb ik het een en ander over deze duif kunnen terug vinden, wat in een van die boeken stond beschreven was het feit dat de Figurita afstamt van de Tunesische meeuw die op zijn beurt weer via handelsroutes vanuit Egypte (Egyptische meeuw) in Tunesië terecht is gekomen, dus volgens dat verhaal zijn de Egyptische - Tunesische en de Figurita Valenciana nauw met elkaar verwant. In de Franse standaard staat een Tunesiche meeuw die inderdaad erg op de Figurita lijkt. Een andere foto van een Tunesische meeuw uit een Duits boek voor sierduivenrassen blijkt hetzelfde, dit boek weet trouwens ook melding te maken van een Figurita variatie uit Sevilla ofwel de Sevilla-Figurita-Mövchen 

De fok

In het begin had ik een moeizame start met de blauwgebande stellen van Ramon, de duivinnen waren zo klein dat ze meestal maar een ei legde en de vitaliteit van de jongen viel behoorlijk tegen, dus het eerste jaar had de fok mij 1 blauwgeband jong opgeleverd. Halverwege dat seizoen kreeg ik een stel witte Figurita's van Ramon. Met dit koppel had ik meer succes. 1 jong nog in datzelfde jaar en een jaar later 6 jongen uit drie broedsels van één koppel. De witte duivin was een slag groter dan de blauwe duivinnen en zelfs groter dan haar eigen partner, dit bleek de truc te zijn. Ik ging grotere duivinnen gebruiken en daar waar mogelijk de kleinste doffers. De jongen kwamen vanzelf. Het kroost uit deze koppels varieerden tussen zeer groot en zeer klein. Uit dat witte koppel fokte ik een zeer klein duivinnetje, een van de kleinste van mijn hok, ongeschikt voor de fok maar prachtig om te zien.
Je merkt dat van alle jongen er maar een paar dat markante kleine type bezitten en de rest naar grovere types toe neigt, dit is waarschijnlijk het natuurlijke proces om terug te keren naar de oorsprong; een veel grotere Columba Livia. Je moet dus goed selecteren op de kleinere types van de doffers, dit is belangrijk anders heb je binnen een aantal jaren de grote van de Italiaanse meeuw bereikt en dat zal nu juist het typerende van de Figurita doen wegnemen.

 

Het gedrag
Deze kleine meeuw staat goed zijn mannetje in het hok. Ik heb ze samen met de Duitse Modena's en je ziet dat dit goed gaat. Wat opvalt is dat ze zeer gericht vliegen van de schap naar het broedhok, voerbak, waterbak enz..
Het lijkt alsof ze geen vleugelslag te veel maken, behalve in het broedseizoen, dan ontpoppen de doffers zich als ware achtervolgers. Ze achtervolgen de duivinnen net zo lang tot de eieren zijn gelegd. Een apart gezicht om zo'n koppel kleine duifjes een marathon door het hok te zien afleggen. Onbegrijpelijk dat ze het volhouden.
Een groot voordeel van de Figurita is natuurlijk het rustige karakter dat de mogelijkheid biedt om ze handtam te maken. Dit is vrij eenvoudig te doen, zeker als je een jong gaat bijvoeren dan blijft het diertje tam.

De standaard
De Spaanse standaard beschrijft de vogel erg goed maar op sommige punten misschien wel iets te goed. Het gewicht is namelijk ook een onderdeel van de standaard en de puntentelling.

De Figurita moet, volgens de Spanjaarden, tussen de 150 en de 170 gram liggen. Neemt u van mij aan, deze duif moet in Nederland nog geboren worden en ik betwijfel of ze in Spanje voorhanden zijn. Het is een nobel streven maar ik denk dat we niet moeten focussen op het gewicht maar op de algemene verschijning. Is het een klein koket type wat tevens vitaal is en ruimte laat om met dit ras door te kunnen gaan dan moet dat afdoende zijn. Het verder willen verkleinen van de Figurita leidt tot zeer magere fokresultaten, en ik denk dat we dat niet moeten nastreven. 

Het type van de Figurita is klein en koket met een relatief brede en ronde borst.
De Fransen spreken in hun standaard van licht opkomende stand, dit is een letterlijke vertaling van de Spaanse standaard die dit zo beschrijft. Ik vind het een verkeerde beschrijving, het laat denken aan "iets afhellend" maar de praktijk in Spanje laat zien dat een afhellende stand het streven is van de fokkers. Alle foto's van de toppers in Spanje laten allemaal dezelfde stand zien afhellend tot zelfs opgericht waarbij de staart net niet de grond raakt. De Nederlandse standaard geeft dit gelukkig al aan want het mooie aan de Figurita komt volgens mij pas tot uitdrukking in een afhellende stand waarbij de staart de grond net niet mag raken. De Spanjaarden beschrijven in hun standaard goed de kopvorm en de snavel ze leveren zelfs een kopstudie mee, dit vind ik in de Nederlandse standaard wat aan de magere kant. We praten over een meeuw dus de kop is één van de belangrijkste onderdelen van de duif. In hun standaard staat dat de kop markante hoeken moet hebben met een plat gedeelte in het midden van de kop aan de bovenkant. Aan de achterkant van de kop in een hoek vloeiend aflopend via de achterkop naar de hals. Aan de voorkant van de kop vanaf de snavelpunt tot aan de hoek op het voorhoofd een rechte lijn. 
Dit lijkt een overdreven omschrijving maar het is precies zoals de Figuritakop moet zijn.

Wat je vaak ziet is dat de markante hoeken in de kop vervagen of zelfs helemaal verdwijnen, dit komt vaak door kruisingen met de Italiaanse meeuw. Deze kruising brengt soms voordelen in vitaliteit en kleur maar tevens verlies van de markante Figuritakop en type.
Verlangd word een fijne niet te korte snavel, die dus in een vloeiende lijn met de voorkop meeloopt. Doordat de snavellijn door het midden van het oog loopt kan je vrij makkelijk de juistheid van de snavelinplanting controleren.

De hals wordt iets teruggetrokken gedragen hierdoor zie je aan de achterkant van de hals een kleine knik ontstaan, dit wil men in Spanje graag zien, wat men ook wil zien is aan de voorkant iets keelwam met aan de basis van de jabot een "vlinder", twee opgezette kleine veerpartijen naar weerskanten van de hals. 
De jabot begint vanaf de keel ononderbroken tot midden borst en eindigt, bij de ideale duif, in een rozet.

Sommige Figurita's zijn ook bekousd, je ziet ze weinig maar zo af en toe wil er nog wel eens een uit een onbekousd stel vallen.
De ringen bij kaalbenige Figurita's zijn S ringen ofwel "7 mm" ringen. De jongen van de blauwzwartgebanden kunnen pas na zes dagen geringd worden, vooral als je gewend bent om een Duitse Modena na 3 a 4 dagen te moeten ringen is dit even heel wat anders.
 
Kleuren
Kleuren te kust en te keur, dat maakt ook het fokken met deze duiven een uitdaging. Je kan het zo gek niet verzinnen of het is al eens uitgeprobeerd; Roodzilvergeband op Zwart of Blauwschimmel op Geelzilvergeband, in Spanje en Amerika letten ze niet op kleuren en kleurslagen, daar mag je brengen wat mooi is, dit merk je als je met deze duiven gaat fokken uit twee blauwgebanden krijg je de vreemste kleurslagen, dit jaar had ik uit zo'n combinatie een bijna geheel gekleurde zwarte duif gefokt. Ook kom je allerlei factoren tegen die een rol spelen bij deze duiven zoals Smoky, Faded en sprenkel. Ik had zelf niet verwacht dat het fokken met verrassingen zo leuk zou zijn.

Ad van Benten