U bent hier

Home

Figurita Valentia

DE FIGURITA VALENCIA

Inleiding

Een voor Nederland relatief nieuw ras. Het is weliswaar al enkele jaren erkend, maar de Figurita Valencia meeuw is pas sinds een jaar of vijf echt in de belangstelling komen te staan.

Het ras krijgt steeds meer bewonderaars. Waarschijnlijk komt dit door zijn kleine, kokette verschijning en zijn vriendelijke uitstraling en gedrag.

De Figurita is de kleinste sierduif van de Meeuwenfamilie. Er zijn twee soorten Figurita's bekend; de Figurita Valencia en de Figurita Sevilla. In Nederland kennen we uitsluitend de Figurita Valencia.

 
De Figurita Club Nederland

De Figurita Valenciana is een klein compact en parmantig meeuwenras waarvoor in Nederland maar ook in andere landen een hard groeiende belangstelling bestaat. De uitstraling, het karakter maar meer nog het feit dat ze weinig ruimte vragen, maakt het een duivenras met toekomst.

Vanaf de introductie van het ras in Nederland is er een sterk groeiende vraag aanwezig. Oorspronkelijk werden de belangen behartigd door de SIS, de speciaalclub voor Iberische sierduivenrassen. Vanaf november 2000  kent de Figurita haar eigen speciaalclub. Promotie en rasverbetering is hierdoor zeker gesteld voor de toekomst. Werd er in 2000 gestart met een klein groepje ras enthousiastelingen, inmiddels is het een volwaardige speciaalclub die druk aan de weg timmert.

Speciaalclubactiviteiten

Jaarlijks zijn er een tweetal clubbijeenkomsten. In het voorjaar wordt de jaarvergadering gehouden met aansluitend een technische bespreking. Een diversiteit aan onderwerpen komt hierbij aan de orde met één gemeenschappelijk kenmerk, de Figurita.In het najaar wordt er een fokkersdag gehouden. De leden hebben op deze dag de mogelijkheid om tegen een geringe vergoeding een beoordeling van rasspecialisten te krijgen, een welkom hulpmiddel bij het leren kennen van het ras.Naast deze twee besloten activiteiten worden er jaarlijks districtshows en een clubshow gehouden. Deze worden ondergebracht bij grotere tentoonstellingen waarbij de club inbreng heeft bij de keuze van de keurmeester(s).

Verder wordt op diverse manieren het ras onder de aandacht van kleindierfokkend Nederland gebracht. Foldermateriaal en publicaties in het Kleindiermagazine zijn hier voorbeelden van. Tevens draagt de club zorg voor het onderhouden van het contact met de Spaanse fokkers en de zusterverenigingen in de landen om ons heen. 

Rasbeschrijving/Geschiedenis

Figurita's stammen waarschijnlijk af van Tunische Meeuwen. Deze zijn rond 1600 via handelsroutes vanuit Egypte in Europa terecht gekomen. In Engeland zijn hier onder andere de Engelse Owl en de Afrikaanse Meeuw uit ontstaan. De Tunische Meeuwen van toen hadden lang niet zo’n gestroomlijnde kop als de Afrikaanse Meeuw van tegenwoordig. In België had de Tunische Meeuw tot aan de oorlog een vlakke schedel, net als de huidige Figurita. Dat deze kopvorm mogelijk zelfs de oorspronkelijke is en niet slechts minderwaardige vogels betreft die men verkocht in Afrika, wordt bevestigd door wat Trübenbach in 1923 meedeelde. Hij herhaalde wat de eerste fokker van Tunische en Chinese Meeuwen in Duitsland schreef. Daaruit kan worden vastgesteld dat de toen ontvangen Chinese Meeuwen "niet zo hoekig van kop waren” als de Tunische Meeuwen.Al bovengenoemde rassen zijn nauw verwant met de Figurita. Van de Figurita zijn twee verschillende subrassen bekend, de Figurita Valenciana en de Figurita Sevilla. Deze laatste soort komt echter minder vaak voor dan zijn collega. In Nederland kennen we alleen de Figurita Valenciana. In dit artikel spreken we alleen over het laatstgenoemde ras.

 
De Figurita Valenciana is een Spaans ras en was vlak na de oorlog bijna verdwenen. In die tijd mochten onder Franco alleen maar pica duiven (een soort postduiven) gehouden worden. Pere Prats heeft in die tijd de Figurita gered. Op de Balearen waren nog enkele fokkers van het ras en hij heeft als kleine jongen deze dieren overgenomen en in stand gehouden.Nadat Franco weg was, heeft Pere de Figurita toevertrouwd aan een aantal fokkers die lid waren van de vereniging "el Francoli". Ramon Amenos en Antonin Quatrecasas zijn twee fokkers uit die tijd die ze nog steeds hebben. Zij hebben het ras verbreid en op een hoger pijl gebracht. Ondertussen zijn er dieren geëxporteerd naar verschillende Europese landen en  Amerika. KarakterKenmerkend voor het ras is het rustige en vertrouwelijke karakter. Natuurlijk komen er verschillen voor die stam of kleurslag gebonden zijn. De Figurita gedraagt zich rustig en nieuwsgierig in het hok en is een rustige duif in de tentoonstellingskooi. Tijdens het broeden blijven de duiven op het nest als de eigenaar het hok binnenkomt. Deze eigenschappen horen bij het ras. Door kruising met andere rassen kunnen dit aantrekkelijke karakter verloren gaan, een zaak waarop geselecteerd kan en moet worden. 

Type en stand

Nederlanders hebben de eigenschap een zo groot mogelijke duif te willen fokken. Dit is bij de Figurita absoluut niet de bedoeling! klein is namelijk het handelskenmerk van de Figurita.In Spanje is het gewicht van de Figurita in de standaard opgenomen. Het gewicht wordt daar verlangd tussen de 150 en 170 gram. Bij ons ligt het gewicht van de gemiddelde Figurita wat hoger, de meeste zijn hier rond de 200 gram. We zien graag kleine dieren, maar zijn van mening dat het meest complete diertje moet winnen en niet per definitie de kleinste. Het moet een Figurita zijn die aan alle raseigenschappen voldoet. Bij keuze uit twee gelijke dieren gaat echter  de kleinste voor.Zeer kleine duivinnen zijn ongeschikt voor de fokkerij, veelal leggen ze maar één ei wat ook nog eens met veel moeite gaat. De club richt ze op showdieren waar ook nog mee te fokken valt. Hoewel het een erg kleine duif is, willen we er toch wel een beetje body op zien. De borst is gerond en relatief gezien breed, de vleugelbogen moeten zichtbaar gedragen worden. De sterk afhellende stand geeft het diertje een trotse opgerichte houding. De staart mag de grond echter niet raken. De hals van de Figurita wordt iets teruggetrokken gedragen. Bij een juiste stand en halsdracht kun je vanuit het oog een loodlijn trekken tot de benen. Zodra het oog boven de benen wordt gedragen vertonen de Figurita’s de juiste stand. In actie gaat de Figurita op z'n tenen staan, waardoor de trotse houding nog eens versterkt wordt. Verder is het een korte duif waardoor de slagpennen bijna tot het einde van de staart reiken. De kopDe kop van de Figurita kan het beste vergeleken worden met die van de Italiaanse Meeuw, echter met het belangrijkste verschil dat de snavel van de Figurita met de voorhoofdslijn meeloopt. Er is dus geen sprake van de zogenaamde snavelhoek.! Het voor- en achterhoofd vormen een hoek met de afgeplatte bovenkant van de schedel. Dit wordt ook wel trapeziumvormig genoemd.De snavel is krap middellang. 

De Figurita moet zelf in staat om de eigen jongen groot te brengen. Het is daarom belangrijk er op te letten dat de snavels van onze Figurita niet te kort en niet te fijn worden. We willen niet hetzelfde laten gebeuren wat jaren terug de Hamburger Sticken meeuw is overkomen, beginnen met een middelsnavelige meeuw en eindigen met een kortsnavelige. Het zelf groot kunnen brengen van de jongen is een belangrijk streven van de speciaalclub. Gebruik bij de fok van Figurita’s omwille van het grootbrengen van de jongen nooit voedsterduiven. Figurita’s moeten het prima zelf kunnen. Bij de juiste verzorging brengen ze met gemak meerdere legsels groot.De snavelkleur hangt af van de  veerkleur en loopt van blank naar donkerhoornkleurig. De neusdoppen zijn klein en hebben een fijne structuur.. Witte Figurita's hebben donkere ogen. De oogkleur van gekleurde Figurita’s is oranjerood tot rood, bij de verdundkleurigen is de kleur wat lichter. Een wat fletse of troebele oogkleur komt voor. Dit willen we niet maar bestraffen het op dit moment nog niet te zwaar.

Type en stand zijn namelijk belangrijker.De oogranden worden smal en fijn van weefsel verlangd. We mogen echter niet vergeten dat we hier met een meeuw te maken hebben en daardoor komen er nogal eens wat grovere  oogranden voor. Enige soepelheid is bij de beoordeling van dit onderdeel geboden. De kleur van de oogranden is in overeenstemming met de veerkleur. Een euvel wat voorkomt is het te krap bevederd zijn rondom de ogen. De oogranden worden dan niet goed meer afgedekt. Dit is natuurlijk foutief. De Hals, Keelwam, Floquet en JabotDe hals wordt iets teruggetrokken gedragen, waardoor er een kleine knik wordt getoond. Dit geeft de dieren extra uitstraling. De Figurita behoort tot de meeuwenrassen. Dit is enerzijds te merken aan het vertrouwelijke karakter, maar ook aan 3 belangrijke uiterlijke kenmerken: de jabot, de grote ogen en, in iets mindere mate, de keelwam.De jabot dient goed ontwikkeld te zijn. De Spanjaarden zien graag dat deze in een "strikje" begint, ofwel de zogenaamde “Floquet”, en zo rijk mogelijk tot aan het midden van de borst doorloopt. Ook willen ze graag dat het jabot eindigt in een rozet, dit laatste is voorlopig een utopie. Zelfs in Spanje moet de duif die dit heeft nog geboren worden.Verder behoren ze een kleine keelwam te hebben. Het komt voor dat de keelwam ontbreekt, dit geeft de Figurita een vreemde uitdrukking en is foutief. 

De benen

De beentjes van de Figurita zijn middellang. Doordat de dieren in actie op de teentjes staan lijken ze op dat moment wat langer. Figurita's komen zowel kaalbenig als bekousd voor. Bekousde dieren hebben alleen bevederde loopbeentjes en een licht bevederde buitenteen. De middentenen zijn kaal en aanzet tot gierhakken is een fout. We zien ze nog (te) weinig op de tentoonstellingen. 

De kleurslagen

De Figurita is in Nederland erkend in een groot scala aan kleurslagen. We zien echter vooral de witte, blauwgebanden en de roodzilvergebanden. Minder vaak zien we ze in zwart, rood, geel, geelzilver en schimmel.Erkend zijn ze in:Wit, zwart, rood, bruin, dun, geel en kaki,Blauw zwartgeband, blauwzilver donkergeband, roodzilver-, geelzilver-, bruinzilver- en kakizilver geband en smoky blauw met zwarte banden.Blauw-, blauwzilver-, roodzilver-, geelzilver-, bruinzilver- en kakizilver gekrast.Blauw donkergekrast.Blauw-, blauwzilver-, roodzilver-, geelzilver-, bruinzilver- en kakizilver schimmel.Zwart-, rood-, bruin-, dun-, geel- en kaki sproetkop.Zwart-, rood-, bruin-, dun-, geel- en kaki donkergetijgerd.Zwart-, rood-, bruin-, dun-, geel- en kaki lichtgetijgerd. Zoals u ziet is er voor elk wat wils! Veel kleurslagen zijn nog vrij jong en laten  wensen zien in type en/of in kleur en tekening. Op dit moment zijn wit en blauw zwartgeband de toetskleuren binnen het ras. 

Fokken met Figurita’s

Basisprincipes voor de fokkerijGoede Figurita's fokken is niet makkelijk, naast de kwaliteit van het fokmateriaal speelt het tijdstip van fokken een belangrijke rol bij uw succes als Figurita fokker. In het hele vroege voorjaar, waarin de nachten regelmatig zeer koud zijn, komen veel eitjes niet uit, is een deel van de eieren niet bevrucht en gaan er regelmatig jongen verloren. Figurita’s zijn typische Zuid-Europeanen, ze hebben warmte nodig! De moeizame vroege start halen ze later in het jaar gemakkelijk weer in. Een drietal nestjes jongen per jaar mag dan ook geen probleem zijn. Dit is zelfs haalbaar als we pas laat in het voorjaar de duiven koppelen! Dit laatste is aan te bevelen. Koppelen vanaf begin maart is een advies wat voor de meeste fokkerijen goed werkt. Natuurlijk zijn er fokkers die met de winterfokker goede resultaten bereiken maar dit zijn beslist uitzonderingen en voor een ruime nafok niet noodzakelijk. Zijn de fokparen goed op dreef dan is het gebruikelijk dat 14 dagen na het uitkomen van de jongen, opnieuw wordt gelegd.  Grofweg dus een nestje per maand! In de fokkerij moeten we het juiste evenwicht tussen een klein lichaam en de geschiktheid zich probleemloos voort te planten, zien te behouden. Goede duivinnen die probleemloos twee eitjes produceren zijn vaak iets forser dan de winnaressen op de show. Paar deze duivinnen aan een kleine doffer om jongen van het juiste formaat te krijgen. Paring van een wat forse duivin met een doffer die aan de grote kant is, zal vrijwel zeker te forse jongen geven.  Geeft een duivin steeds nestjes van één ei dan gaat u bergafwaarts en is het zaak de nakomelingen voor de fokkerij uit te schakelen of te paren aan dieren die uit een nestje van twee vlot opgroeiende jongen komen.Een tweede zaak voor een succesvolle fokkerij is het zorgdragen voor de juiste snavellengte. Schakel Figurita's met een erg fijne en (te) korte snavel uit voor de fokkerij! Deze duiven brengen hun jongen goed groot tot het moment dat er op vast voer wordt overgeschakeld. Op dat moment ingrijpen door handmatig bijvoeren of overleggen van de jongen naar een goed voerend koppel is de redding voor de jongen maar geeft aan dat u een probleem heeft.Dieren die hun jongen niet zelf groot blijken te brengen dienen alsnog uit de fokkerij gehaald te worden. Het is voor het ras van belang dat een probleemloze voortplanting mogelijk blijft.Als club raden we het inzetten van voedsterduiven af. Wilt u om reden van het fokken van wat meer jongen van een specifiek koppel, toch gebruik maken van voedsterduiven, zet dan een extra koppel Figurita’s in. Dit geeft u de zekerheid dat de jongen voldoende snavellengte en structuur hebben om op een natuurlijke wijze opgefokt te kunnen worden. Regelmatig komt het voor dat er van een nestje van twee, er één goed groeit en er één achterblijft. Zonder ingrijpen sterft dit kleine jong. Komt dit kleine jong met wat hulp groot dan blijft het vaak ‘mooi’ klein voor de show. Maak altijd een aantekening zodat deze dieren niet voor de fok worden ingezet. Koppels die veel van deze achterblijvers brengen moeten bij voorkeur niet meer gebruikt worden. Natuurlijke vitaliteit van het ras is noodzakelijk voor het voortbestaan op de langer termijn. Het is verleidelijk het ras in veel kleuren te fokken. Veel liefhebbers kunnen deze uitdaging niet weerstaan. Heeft u weinig ruimte wees dan sterk en beperk u tot één of enkele kleuren. 

Kleur en tekening van de Figurita zijn weliswaar van minder belang dan het type, kop en de stand maar moeten wel aan zekere eisen voldoen.  We zien nog (te)veel Figurita’s die een slechte kleur en tekening bezitten als gevolg van het door elkaar fokken van kleuren. Kiest u voor meerdere kleurslagen op het hok zorg dan dat deze foktechnisch bij elkaar passen. RingenDe standaard geeft aan dat de kaalbenige Figurita geringd moet  worden met de kleinste beschikbare ring, een 7mm ring. Deze kleine ring is voor dit mini ras wat aan de grote kant, ringen kan hierdoor het beste plaats vinden op een leeftijd van 8 tot 10 dagen.Voor de bekousde variant geeft de standaard aan dat een 8mm ring geadviseerd wordt. In de praktijk volstaat een 7mm ring mits u deze om het loopbeen doet. Deze dient door de aanwezigheid van bevedering op de beentjes wel iets eerder te worden aangebracht dan bij de kaalbenige. Ringt u de bekousde dieren boven het hielgewricht dan is gebruik van een 8mm ring wel aan te bevelen.Bestellen van de ringen wordt door de plaatselijke verenigingen verzorgd mits u in het bezit bent van een NBS fokkerskaart. 

Selectie

Verloopt de fok voorspoedig dan is al snel het hok te klein. Tijdig selecteren is de juiste oplossing. Dit is sneller geschreven dan gedaan en voor de beginnende fokker meestal een groot probleem. Niet op alle onderdelen is een vroegtijdig kwaliteitsoordeel te vellen, zo ontstaat de juiste snavellijn onder invloed van de vulling van de voorkop, iets wat pas op later leeftijd tot stand komt. Kleur en tekening is pas goed te beoordelen na de laatste rui. De stand en de wat afstaande vleugelbogen is echter iets wat van jongs af aan aanwezig moet zijn. Tonen ze dit op een leeftijd van circa zes weken niet, dan zullen ze het ook later niet doen.Het is verstandig voordat voor de 1e maal met de selectie begonnen wordt, de standaard goed door te lezen en de hulp in te roepen van een ervaren fokker van het ras. Maak als beginnend fokker gebruik van de bijeenkomsten die de club organiseert. Hier wordt altijd over de Figurita gesproken en meestal zijn er jonge dieren aanwezig die beoordeeld worden, een activiteit waar veel van te leren valt. 

Aanschaf:

Regelmatig bellen er nieuwe liefhebbers naar het bestuur met de vraag ‘hoe kom ik aan goed fokmateriaal?’. Dit is een vraag die lastig te beantwoorden is omdat veel afhangt van het tijdstip van het jaar en de wetenschap wie er dieren over heeft. Het bestuur zal nieuwe liefhebbers altijd verwijzen naar fokkers waarvan zij denken dat ze geschikte dieren over hebben, dit is echter geen garantie dat u ook daadwerkelijk geschikt materiaal kunt overnemen. De mentaliteit om elkaar te helpen is er gelukkig wel binnen de club.Het is verstandig al vroeg in het najaar contact te leggen  met aangesloten fokkers die de kleur van uw keuze fokken. Afspraken voor overname van geschikt materiaal aan het einde van het tentoonstellingsseizoen, zijn dan meestal wel te maken. Wacht u tot december of nog later dan wordt het meestal een probleem en zijn er meestal alleen maar dieren van mindere kwaliteit beschikbaar. Heeft u een afspraak gemaakt om dieren over te nemen, zorg dan dat u beslagen ten ijs komt door de standaard vooraf goed te bestuderen en/of een ervaren fokker mee te nemen. Een tweede mogelijkheid om aan geschikte dieren te komen is het bezoeken van de fokkersdag. Hierop is altijd een klasse ‘te koop’ aanwezig. De aanwezigheid van veel ervaren fokkers op deze dag die u kunnen adviseren bij uw aankoop, maken het mogelijk dat u met geschikt fokmateriaal naar huis gaat. 

Showen

Als nieuwe liefhebber van de Figurita wilt u natuurlijk uw fokproducten uitbrengen op de tentoonstellingen.  Veel hangt bij de keuring af van de presentatie van uw duiven op het moment van keuren, stellen zij zich niet dan zit een hoog predikaat er niet in. Vaak lijkt het thuis in het hok allemaal wel goed te zitten met het type en stelling maar gedragen de duiven zich in een onbekende omgeving totaal anders. Steeds weer blijkt het dat de beste duiven zich altijd stellen, de grote meerderheid doet het echter alleen met wat hulp. Dit betekent dat u uw duiven moet wennen aan de tentoonstellingskooi, het beetpakken en de vreemde omgeving. Bij uw uitrusting horen daarom een paar tentoonstellingskooien die op willekeurige plaatsen thuis neergezet kunnen worden. Laat de duiven hier aan wennen en pak ze geregeld beet. Laat bij het terug plaatsen in de tentoonstellingskooi de duif als het ware uit de hand weg lopen, vaak presenteren ze zich dan het beste. De kopvorm beoordelen we het beste van buiten de kooi. Deze komt het beste tot zijn recht als de veren strak aanliggen, iets wat bij de beoordeling in de hand als gevolg van stress soms niet het geval is.Reken u zelf nog niet rijk als u thuis in de kooi een hele mooie Figurita denkt te hebben. Op de tentoonstelling spelen meerdere niet in te calculeren factoren, een rol! Naast de onbekende omgeving wordt de presentatie beïnvloed door de onbekende duiven naast die van u. Bovendien moet u er rekening mee houden dat de Figurita in ons land nog een relatief onbekende duif op de tentoonstelling is. Lang niet alle keurmeesters beschikken over keurervaring met dit ras, iets wat invloed heeft op het predikaat. Stuur daarom altijd in op de clubshow en de districtshows, hier bent u verzekerd van een beoordeling door een ervaren keurmeester. 

BRONVERMELDING: auteur; Aad Rijs namens bestuur Figurita Club Nederland